Joh. G. Wertheim | Museum Beelden aan Zee

Joh. G. Wertheim

30 oktober 2015 - 7 februari 2016

Joh. G. Wertheim

Van bankier tot beeldhouwer

Joh. G. Wertheim (1898-1977) groeide op in een bankiersfamilie. Van Jobs (zo werd hij door intimi genoemd) werd eveneens verwacht dat hij een loopbaan in de bankwereld tegemoet zo gaan. Het liep anders. Wertheim volgde tijdens zijn stage in Hamburg in zijn vrije tijd teken- en beeldhouwlessen. Wertheim koos voor het beeldhouwen en won in 1926 zelfs de Prix de Rome. Hij is vooral bekend vanwege zijn portretten, penningkunst en naakten. Na de Tweede Wereldoorlog legde hij zich toe op oorlogsmonumenten. Wertheim was eveneens een geëngageerd kunstenaar en zette zich in voor de belangstelling voor kunst bij het grote publiek. Hiertoe richtte hij in 1957 de stichting Openbaar Kunstbezit op. In de tentoonstelling in museum Beelden aan Zee is een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre te zien; de eerste grote overzichtstentoonstelling gewijd aan deze Nederlandse beeldhouwer.

Wertheim noemde de beeldhouwlessen die hij in Hamburg volgde in een brief aan zijn ouders ‘goddelijk’. Hij realiseerde zich dat hij geen bankcarrière ambieerde, maar dat hij als beeldhouwer door het leven wilde gaan. Zijn ouders waren hierover minder te spreken en de jonge Jobs moest een portretbuste van zijn vader maken om te bewijzen dat hij talent had. Het beeld werd beoordeeld door bevriende kunstkenners en zij beoordeelden het werk positief. In 1925 vertrok Wertheim naar Berlijn om in de leer te gaan bij de beeldhouwer Alexander Oppler (1869-1937). Behoorlijk voorbarig besloot hij mee te dingen naar de Prix de Rome, de vierjaarlijkse prijs van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Tot ieders verbazing won hij en kon hij in Florence, Rome en Parijs gaan studeren.

Terug in Amsterdam werkte hij tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog aan een groot aantal portretopdrachten. Hij werd gewaardeerd vanwege zijn treffende gelijkenissen en het scherp weergeven van het karakter van de geportretteerden, vaak prominenten uit het vooroorlogse joodse Amsterdam. Een aantal van deze bijzondere portretten uit particuliere collecties is in de tentoonstelling te bezichtigen. Wertheim werd in de oorlog gedeporteerd naar kamp Westerbork en daarna naar Theresienstadt. Na de oorlog verbleef hij nog enkele jaren in Zwitserland. Eenmaal terug in Nederland maakte Wertheim naast portretten ook ontwerpen voor oorlogsmonumenten, waaronder het Monument van Joodse Erkentelijkheid op het Weesperplein in Amsterdam, waar niet het lot van de joden centraal staat, maar hun dankbaarheid voor ontvangen hulp. Samen met de kunstenaar Paul Citroen (1896-1983) organiseerde hij bijeenkomsten, waarbij ze beiden razendsnel en treffend mensen uit het publiek portretteerden. Waarschijnlijk bevindt een groot aantal van deze beelden van onbekende Nederlanders zich nog in privé bezit.

Aanleiding voor de tentoonstelling is het verschijnen van deel 8 in de reeks Monografieën van het Sculptuur Instituut: Joh. G. Wertheim (1898-1977), met bijdragen van Ester Wouthuysen, Jan Teeuwisse en Camée van Blommestein (€19,50). Eerder verschenen in deze reeks al monografieën over onder anderen de beeldhouwers Jan Meefout, Gerrit Bolhuis en Leo de Vries. 

U bent hier